jongen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- jon·gen
Zelfstandig naamwoord
jongen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord jong
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | jongen | jongens |
| verkleinwoord | jongetje | jongetjes |
Zelfstandig naamwoord
jongen m
- onvolwassen man
Vertalingen
1.
|
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| jongen |
jongde |
gejongd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
jongen
- (inergatief) (van dieren) nageslacht ter wereld brengen
- Onze teef heeft zojuist gejongd.