breedte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • breed·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid uit breed met het achtervoegsel -te.
enkelvoud meervoud
naamwoord breedte breedtes
breedten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

breedte v

  1. (wiskunde)afmeting loodrecht op de hoogte of de lengte
  2. (astronomie)(aardrijkskunde)de langs een meridiaan gemeten afstand in booggraden, vanaf de evenaar totaan een punt van beschouwing. Het hoogste punt, de pool, ligt op 90 graden noord of zuid.
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie