bevelschrift
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·vel·schrift
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bevelschrift | bevelschriften |
| verkleinwoord | bevelschriftje | bevelschriftjes |
Zelfstandig naamwoord
bevelschrift o
- een schriftelijk bevel
- Hij kreeg een bevelschrift in de brievenbus.