order
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- or·der
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | order | orders |
| verkleinwoord | ordertje | ordertjes |
Zelfstandig naamwoord
order
- een verzoek om diensten of goederen te leveren
- Hij had een order geplaatst voor een nieuwe wasmachine.
- verplicht uit te voeren opdracht zonder enige tegenspraak
- Hij kreeg orders van zijn baas om de zaak verder met rust te laten.
Synoniemen
- [1] bestelling
- [2] bevel
Vertalingen
Engels
Uitspraak
- Geluid: order (VS) (hulp, bestand)
- IPA:
- (RP): /ˈɔːdə/
- (GenAm): /ˈɔɹdɚ/
Woordafbreking
- or·der
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| order | orders |
Zelfstandig naamwoord
order
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to order |
| he/she/it | orders |
| verleden tijd | ordered |
| voltooid deelwoord |
ordered |
| onvoltooid deelwoord |
ordering |
| gebiedende wijs | order |
Werkwoord
order