bakken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: backen

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
bakken bakkend
gebak gebakken
baksel
bakker
Uitspraak
Woordafbreking
  • bak·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bakken
/'bɑ.kə(n)/
bakte
/'bɑk.tə/
gebakken
/ɣə.'bɑ.kə(n)/
gemengd volledig

Werkwoord

bakken

  1. (overgankelijk), (kookkunst) voedsel bij hoge temperatuur in een oven of in een pan met olie verhitten
    Oliebollen bakken hoort echt bij oudejaarsavond.
Uitdrukkingen en gezegden
  • Er niets van bakken.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

bakken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bak


Deens

Woordafbreking
  • bak·ken
Naar frequentie 4370

Zelfstandig naamwoord

bakken, g

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van bak

Zelfstandig naamwoord

bakken, g

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van bakke


Noors

Woordafbreking
  • bak·ken
Naar frequentie 1394

Zelfstandig naamwoord

bakken, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van bakk

Zelfstandig naamwoord

bakken, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van bakke


Nynorsk

Woordafbreking
  • bak·ken

Zelfstandig naamwoord

bakken, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van bakk

Zelfstandig naamwoord

bakken, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van bakke