aanbakken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·bak·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanbakken |
bakte aan |
aangebakken |
| gemengd | volledig | |
Werkwoord
aanbakken
- (ergatief) door het bakken aankoeken, vasthechten
- Hoewel hij driftig aan het roeren was, bakte het eten toch aan.