baken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·ken
enkelvoud meervoud
naamwoord baken bakens
verkleinwoord bakentje bakentjes

Zelfstandig naamwoord

baken o

  1. een markering, meer in het bijzonder gebruikt in de lucht- en scheepvaart voor herkenningstekens
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

baken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord baak

Meer informatie


Middelnederlands

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden tijd voltooid
deelwoord
enkelvoud meervoud
baken boec boeken gebaken
klasse 6 volledig  


Werkwoord

baken

  1. bakken
    Men salse te broede mede baken ende daerna salmense ontmaken in watre.
Schrijfwijzen
  • In latere tijd werd baken verdrongen door backen.

Zelfstandig naamwoord

baken

  1. baken, seinteken


Noors

Woordafbreking
  • ba·ken

Zelfstandig naamwoord

baken m (betekenis: zitvlak e.a.)

  1. nominatief bepaald enkelvoud van bak

Zelfstandig naamwoord

baken m (betekenis: verwarming)

  1. nominatief bepaald enkelvoud van bak
Synoniemen


Nynorsk

Woordafbreking
  • ba·ken

Zelfstandig naamwoord

baken m (betekenis: zitvlak e.a.)

  1. nominatief bepaald enkelvoud van bak
Synoniemen