bakker
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bak·ker
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bakker | bakkers |
| verkleinwoord | bakkertje | bakkertjes |
Zelfstandig naamwoord
bakker m
- (beroep) iemand die brood en taarten bakt om ze te verkopen
Vertalingen
1. iemand die brood en taarten bakt
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Deens
Woordafbreking
- bak·ker
Werkwoord
bakker
- tegenwoordige tijd van bakke
Zelfstandig naamwoord
bakker mv
- onbepaalde vorm nominatief meervoud van bakke
Noors
Woordafbreking
- bak·ker
Werkwoord
bakker
- tegenwoordige tijd van bakke
Zelfstandig naamwoord
bakker mv
- onbepaalde vorm nominatief meervoud van bakk
Zelfstandig naamwoord
bakker mv
- onbepaalde vorm nominatief meervoud van bakke
Nynorsk
Woordafbreking
- bak·ker
Zelfstandig naamwoord
bakker mv
- onbepaalde vorm nominatief meervoud van bakke
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woorden in het Deens
- Werkwoordsvorm in het Deens
- Zelfstandig-naamwoordsvorm in het Deens
- Woorden in het Noors
- Werkwoord in het Noors
- Werkwoordsvorm in het Noors
- Zelfstandig naamwoord in het Noors
- Zelfstandig-naamwoordsvorm in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Zelfstandig naamwoord in het Nynorsk
- Zelfstandig-naamwoordsvorm in het Nynorsk