bakkerij
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bak·ke·rij
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bakkerij | bakkerijen |
| verkleinwoord | bakkerijtje | bakkerijtjes |
Zelfstandig naamwoord
bakkerij v
- een werkplaats waar men brood, koek, banket en dergelijke, bakt in een oven
- Ik moet nog even naar de bakkerij.