arbeider

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·bei·der
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord arbeider arbeiders
verkleinwoord arbeidertje arbeidertjes

arbeider m

  1. iemand die voor een loon arbeid levert
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·bei·der
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Noorse werkwoord arbeide met het achtervoegsel -r.
Naar frequentie 1638
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   arbeider     arbeideren     arbeidere     arbeiderne  
genitief   arbeiders     arbeiderens     arbeideres     arbeidernes  

Werkwoord

arbeider

  1. tegenwoordige tijd van arbeide

Zelfstandig naamwoord

arbeider, o

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van arbeid
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

arbeider

  1. arbeider
  2. (dierkunde) werkbij
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Woordafbreking
  • ar·bei·der

Werkwoord

arbeider

  1. tegenwoordige tijd van arbeida

Werkwoord

arbeider

  1. tegenwoordige tijd van arbeide