agenda
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: agenda (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /a.ˈχɛn.da/
- (Vlaanderen, Brabant): /a.ˈɣɛn.da/
- (Limburg): /a.ˈɣɛn.da/
Woordafbreking
- agen·da
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | agenda | agenda's |
| verkleinwoord | agendaatje | agendaatjes |
Zelfstandig naamwoord
- een notitieboek waarin afspraken genoteerd worden
- Je moet nog een nieuwe agenda kopen.
- een lijst van te bespreken punten op een vergadering
- We hebben vandaag een volle agenda.
Vertalingen
1. een notitieboek waarin afspraken genoteerd worden
2. een lijst van te bespreken punten op een vergadering
Engels
Uitspraak
- Geluid: agenda (VS) (hulp, bestand)
- IPA: /ʌˈʤɛn.də/
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| agenda | agendas |
Zelfstandig naamwoord
agenda
Frans
Zelfstandig naamwoord
agenda m
Spaans
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| agenda | agendas |
Zelfstandig naamwoord
agenda v
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| agendar |
agenda
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van agendar.
- gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van agendar.
Tsjechisch
Zelfstandig naamwoord
agenda v
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woorden in het Engels
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Woorden in het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Woorden in het Spaans
- Zelfstandig naamwoord in het Spaans
- Werkwoordsvorm in het Spaans
- Woorden in het Tsjechisch
- Zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch