ad

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Latijn.

Voorzetsel

ad

  1. bij, tot, met, tegen.
Gelijkklinkende woorden
Uitdrukkingen en gezegden
  • ad fundum (tot op de bodem)
  • ad hoc (beperkt tot deze zaak)
  • ad hominem (op de persoon betrekking hebbend)
  • ad interim (voorlopig)
  • ad rem (terzake, gepast)


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
ad ads

Zelfstandig naamwoord

ad

  1. (tweeletterwoord) advertentie
Verwante begrippen
Tweeletterwoorden in het Engels

aaabadaeagahaialamanarasatawaxaybabebibobydadedidoedefehelemeneresetexfafigigohahehihmhoidifinisitjokakilalilomamemimmmomumynanenonuodoeofohoiomonoporosowoxoypapepiqireshsisotatitouhumunupusutwewoxixuyayeyoza


Hongaars

Uitspraak

Werkwoord

ad

  1. geven


Italiaans

Uitspraak

Voorzetsel

ad

  1. bij
  2. in
  3. naar


Latijn

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad

Voorzetsel

ăd + accusatief

  1. naar
    «Ad portam eo.»
    Ik ga naar de poort.
  2. tot
  3. bij


Turks

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

ad

  1. naam
  2. faam, roem, reputatie.
  3. naam, noemenswaardigheid, belang.
    «Onun adı mı olurmuş?»
    Dat mag toch geen naam hebben? (Dat is niet noemenswaard, dat is niet van belang.)
  4. (grammatica) zelfstandig naamwoord, substantief, substantivum.
Synoniemen