faam

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • faam
enkelvoud meervoud
naamwoord faam -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

faam v/m

  1. reputatie.
    Deze man schijnt te goeder naam en faam bekend te staan.
  2. roem.
    Die acteurs van tegenwoordig genieten van grote faam.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen