bij v/m
- (insecten) Apis mellifica, een benaming voor diverse insecten, in het bijzonder de honingbij
1. Apis mellifica, een benaming voor diverse insecten, in het bijzonder de honingbij
bij
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
- bijwerken: hij werkte alle bestanden bij.
- prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
- erbij: hij heeft er weinig bij op te merken.
- op het actuele punt, op gelijke hoogte
- Jan was weer bij met de rest van de klas.
bij
- in de buurt van (meestal in een ondergeschikte positie)
- De boom staat bij het huis.
- op de plaats behorende tot
- De vereniging vergaderde bij de heer De Vries.
- tijdens, gedurende
- bij leven was hij smid.
- op het moment van
- bij het horen van deze woorden.
- in de omstandigheid van
- bij nacht en ontij.
- in geval van
- bij onvoldoende aanmeldingen wordt de bijeenkomst afgezegd.
- door, als gevolg van
- bij toeval.
- in toestand van
- bij zinnen.
- bij volle verstand.