zwier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwier
enkelvoud meervoud
naamwoord zwier zwieren
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zwier m

  1. draai, zwaai
  2. gratie, elegantie
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zwieren

zwier

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwieren
    • Ik zwier. 
  2. gebiedende wijs van zwieren
    • Zwier! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwieren
    • Zwier je? 

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.