draai

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • draai
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord draai draaien
verkleinwoord draaitje draaitjes

Zelfstandig naamwoord

draai m

  1. omwenteling
    • De turner maakte een Yurchenko met hele draai en gehoekte salto. 
  2. zijn ~ vinden: zich thuis voelen, in zijn element zijn
    • Hij kan maar moeilijk zijn draai vinden in het leger. 
  3. ergens een ~ aan geven: een andere invalshoek, benadering bedenken
    • Hij geeft weer een andere draai aan het thema. 
    • Hij probeerde toch een positieve draai aan de dramatische afloop te geven. 
  4. een ~ nemen: compleet veranderen
    • Het verhaal neemt plots een andere draai. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • ergens je draai niet kunnen vinden
je ergens niet prettig voelen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
draaien

draai

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van draaien
    • Ik draai. 
  2. gebiedende wijs van draaien
    • Draai! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van draaien
    • Draai je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl