draai
Uiterlijk
- draai
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | draai | draaien |
| verkleinwoord | draaitje | draaitjes |
de draai m
- omwenteling
- De turner maakte een Yurchenko met hele draai en gehoekte salto.
- (figuurlijk) opvallende verandering van richting of mening
- Het vliegtuig maakte een draai naar rechts.
- Dat hij opeens niet meer naar Spanje wou, was een draai die haar verraste.
- (verouderd) klap die met een zwaaiende arm wordt gegeven
- plaats waar iets buigt of een rondgaande beweging kan maken
- De verhuizers kregen de kast met moeit voorbij de draai in de trap.
|
|
- [2] een draai geven aanvanuit een heel andere invalshoek benaderen van
- • Hij geeft weer een andere draai aan het thema.
- • Hij probeerde toch een positieve draai aan de dramatische afloop te geven.
- [2] een draai makensterk van opvatting veranderen
- • De partij heeft een draai gemaakt om in de regering te komen
- [2] een draai nemencompleet veranderen
- • Het verhaal neemt plots een andere draai.
- [3] draai om de orenbestraffende tik
- • De eigenaar van de hond gaf de dierenbeul een flinke draai om de oren.
- [3] een draai om de oren geven
- [4] zijn draai vindenzich thuis voelen, in zijn element zijn
- • Hij kan maar moeilijk zijn draai vinden in het leger.
- [4] zijn draai niet kunnen vindenzich ergens niet prettig blijven voelen
- • Na de ruzie kon zij haar draai niet meer vinden in de ploeg.
| vervoeging van |
|---|
| draaien |
draai
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van draaien
- Ik draai.
- gebiedende wijs van draaien
- Draai!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van draaien
- Draai je?
- ▸ ' Ik draai me om en kijk naar Nicolas, die buiten op een muurtje bij de rivier zit en naar het water staart.[3]
- ▸ Ik draai me op mijn rug en gek genoeg word ik blij als ik langs de blauwe hemel boven me een Chinook van de Helikopter Service zie vliegen, die ongetwijfeld op weg is naar de Noordzee, maar in mijn wereld is het een troepentransport in het luchtruim boven Hue.[4]
- Het woord draai staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "draai" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ draai op website: Etymologiebank.nl
- ↑ “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024582280 - ↑ Johan Harstad“Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Figuurlijk in het Nederlands
- Verouderd in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %