zoutwater

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zout·wa·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zoutwater -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zoutwater o

  1. water waarin zouten opgelost zijn
    • Vanwege de verwachte hogere neerslaghoeveelheden in de bekkens van Rijn, Maas en Schelde moet een hogere afvoer van zoetwater via de Nederlandse rivierendelta gerealiseerd worden, en vanwege de verwachte stijging van de zeespiegel moet de verdediging tegen zoutwater vanuit de Noordzee opnieuw bekeken worden. [3]
Opmerkingen
  • Naast het woord "zoutwater" wordt ook de verbinding "zout(e) water" gebruikt; bij de verbinding ligt er in de uitspraak ook een klemtoon op de eerste lettergreep van "water". Zeker als in de context niet vanzelf spreekt dat het water zout is, is deze verbinding de meest gangbare vorm.[4]
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord zoutwater zoutwaters
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zoutwater m

  1. (verouderd) (Suriname, Antillen) iemand die uit Afrika als slaaf is aangevoerd (als tegenstelling met zwarten die buiten Afrika in slavernij waren geboren)
Antoniemen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen