zonlicht
Uiterlijk
- zon·licht
- samenstelling van zon zn en licht zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zonlicht | - |
| verkleinwoord | - | - |
het zonlicht o
- (astronomie) de zichtbare elektromagnetische straling van de ster waarrond onze aarde draait
- De vlaggen van de VOC-schepen hadden de neiging in het felle zonlicht van de tropen te verbleken.
- ▸ De mannen dragen allemaal een rode sjerp over hun brede borstkas, en de kleur weerkaatst het winterse zonlicht als een serpentine van bloed.[1]
- ▸ Terwijl ze in de met zonlicht gevlekte schaduw staat, trekt het geluid van splinterend hout haar aandacht.[2]
- Het woord zonlicht staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zonlicht" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526 - ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024586332 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Astronomie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %