zomerpunt
Uiterlijk
- zo·mer·punt
- samenstelling van zomer en punt
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zomerpunt | zomerpunten |
| verkleinwoord | - | - |
het zomerpunt o
- (astronomie)de gebeurtenis waarbij de zon, vanuit de aarde gezien, de meest noordelijke positie (de Kreeftskeerkring) bereikt
- Vandaag, 21 juni 2007, is het zomerpunt, de langste dag van het jaar.
- solstitium, keerkring, Kreeftskeerkring, Steenbokskeerkring, breedtegraad, evenaar, equinox, lentepunt, herfstpunt, winterpunt, declinatie
1. noorderlijk keerpunt van de zon
- Het woord 'zomerpunt' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.