zitvlak

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zit·vlak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zitvlak zitvlakken
verkleinwoord zitvlakje zitvlakjes

Zelfstandig naamwoord

zitvlak o

  1. (anatomie) achterste, achterwerk
  2. vlak van een voorwerp waarop men kan zitten
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie