zemelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·me·len
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘zeuren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1633 [1] [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zemelen
zemelde
gezemeld
zwak -d volledig

Werkwoord

zemelen [3] [4]

  1. inergatief zeuren, langdurig doorpraten over iets dat van weinig belang is
    • Er werd eindeloos gezemeld en gezeverd. 
Afgeleide begrippen
enkelvoud meervoud
naamwoord zemelen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zemelen mv

  1. (voeding) de met de zaadhuiden vergroeide vruchtwanden en kiemen, die vrij komen bij het tot meel malen van de graankorrel
    • Het nuttigen van zemelen is erg gezond omdat ze veel vezels bevatten. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

zemelen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zemel
Verwante begrippen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
86 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen