zeuren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zeu·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zeuren
zeurde
gezeurd
zwak -d volledig

Werkwoord

zeuren

  1. inergatief veelvuldig en langdurig klagen over weinig belangrijke zaken
    • Hij zeurde over een paar punten verschil. 
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

zeuren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zeur

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.