wijting

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
wijting
Woordafbreking
  • wij·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wijting wijtingen
verkleinwoord wijtinkje wijtinkjes

Zelfstandig naamwoord

[A] wijting m [4] [5] [6]

  1. een straalvinnige vis Merlangius merlangus op Wikispecies uit de familie van schelvissen (Gadidae), orde schelvisachtigen (Gadiformes), die voorkomt in het noordoosten van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee [7]
Hyponiemen
Overerving en ontlening
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

[B] wijting m

  1. fijn geslempt krijt
enkelvoud meervoud
naamwoord wijting wijtingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

[C] wijting m [8]

  1. het wijten

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[9]

Meer informatie

Verwijzingen