wever

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

wevers achter hun weefgetouw
Uitspraak
Woordafbreking
  • we·ver
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wever wevers
verkleinwoord wevertje wevertjes

Zelfstandig naamwoord

wever m [1]

  1. (beroep) iemand die voor zijn beroep stoffen weeft

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen