paardenbij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • paar·den·bij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord paardenbij paardenbijen
verkleinwoord paardenbijtje paardenbijtjes

Zelfstandig naamwoord

paardenbij v

  1. (verouderd) (insecten) wesp
    • Dikwijls zal men een vlug klein diertje opmerken dat eenigszins op een paardenbij gelijkt, en over de plant loopt.[1] 
Opmerkingen
  • Het woord is vandaag in Zeeland en Vlaanderen nog in gebruik.
Overerving en ontlening

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bulletin, Issues 17-23. Orange Free State (Province) Dept, of Agriculture, 1908