Naar inhoud springen

zwaarmoedigheid

Uit WikiWoordenboek
  • zwaar·moe·dig·heid
enkelvoud meervoud
naamwoord zwaarmoedigheid zwaarmoedigheden
verkleinwoord zwaarmoedigheidje zwaarmoedigheidjes

dezwaarmoedigheidv

  1. (psychologie) het zwaarmoedig zijn, de mate waarin iets of iemand zwaarmoedig is
    • Wel was hij somtijds ten prooi aan zwaarmoedigheid, maar hij wist zichzelf te beheerschen, zich als het ware vastklemmende aande producten zijner rijke verbeelding. [1]
     Hij had daarentegen een zekere aanleg voor depressies die samenhingen met slecht weer, en aangezien het nu al tien dagen bijna onafgebroken regende, had de zwaarmoedigheid aardig vat op hem gekregen.[2]
  1. Winkler Prins
    , A; Henri Zondervan (1915). Winkler Prins' geïllustreerde encyclopaedie, deel 2, p. 94. Uitg.: Elsevier.
  2. Håkan Nesser
    “Het grofmazige net” (2001), De Geus (uitgeverij), ISBN 9789044524048