zwaarmoedigheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwaar·moe·dig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwaarmoedigheid zwaarmoedigheden
verkleinwoord zwaarmoedigheidje zwaarmoedigheidjes

Zelfstandig naamwoord

zwaarmoedigheid v

  1. het zwaarmoedig zijn, de mate waarin iets of iemand zwaarmoedig is
    • Wel was hij somtijds ten prooi aan zwaarmoedigheid, maar hij wist zichzelf te beheerschen, zich als het ware vastklemmende aande producten zijner rijke verbeelding. [1]
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Winkler Prins, A; Henri Zondervan (1915). Winkler Prins' geïllustreerde encyclopaedie, deel 2, p. 94. Uitg.: Elsevier.