weeffout

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weef·fout
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord weeffout weeffouten
verkleinwoord weeffoutje weeffoutjes

Zelfstandig naamwoord

weeffout v/m [1]

  1. fout in een weefsel die gemaakt is tijdens het weven
  2. (figuurlijk) een fout die al in de ontwerpfase is gemaakt (over zaken die niets met textiel te maken hebben)
    • Ergens in de evolutie van de mensheid is een weeffout gemaakt volgens mij. Bij de meeste diersoorten moet het mannetje het niet flikken om out of the blue ongewenst toenadering te zoeken. Dan wordt hij getrakteerd op een oorvijg en in het meest ongunstige geval bekoopt hij het met zijn dood.[2] 
    • Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid) moet de nieuwe financiële domper incasseren na een rechterlijke uitspraak. Door een weeffout in de wet blijken veel meer mensen recht te hebben op langdurige zorg. Het kost de Staat opgeteld 745 miljoen euro extra.[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders
83 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf JAN WILLEM VAARTJES 21 okt. 2017
  3. de Telegraaf 24 mei 2017