eb

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

eb in de buurt van de Waddenzee
Uitspraak
Woordafbreking
  • eb
enkelvoud meervoud
naamwoord eb -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

eb v/m

  1. (tweeletterwoord) een getijde waarbij het water van de zee zakt, in tegenstelling tot vloed, waarbij het water stijgt
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord eb -

Zelfstandig naamwoord

eb

  1. eb


Hongaars

Zelfstandig naamwoord

eb

  1. (dierkunde) hond
Synoniemen


Nauruaans

Zelfstandig naamwoord

eb

  1. land (staat)


Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • eb

Voegwoord

eb

  1. (tweeletterwoord) alvorens, voordat
    «Eb er in Bolitiks gange iss, waar er en Businessmann.»
    Voordat hij in de politiek is gegangen, was hij een zakenman.
Opmerkingen