eb

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

eb in de buurt van de Waddenzee
Uitspraak
Woordafbreking
  • eb
enkelvoud meervoud
naamwoord eb -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

eb v/m

  1. (tweeletterwoord) een getijde waarbij het water van de zee zakt, in tegenstelling tot vloed, waarbij het water stijgt
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord eb -

Zelfstandig naamwoord

eb

  1. eb


Hongaars

Zelfstandig naamwoord

eb

  1. (dierkunde) hond
Synoniemen


Nauruaans

Zelfstandig naamwoord

eb

  1. land (staat)


Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • eb

Voegwoord

eb

  1. (tweeletterwoord) alvorens, voordat
    «Eb er in Bolitiks gange iss, waar er en Businessmann.»
    Voordat hij in de politiek is gegangen, was hij een zakenman.
Opmerkingen