vurig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vu·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vurig vuriger vurigst
verbogen vurige vurigere vurigste
partitief vurigs vurigers -

Bijvoeglijk naamwoord

vurig

  1. met brandende hartstocht
    • Zijn vurigste verlangen ging daarmee in vervulling. 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. vurig op website: Etymologiebank.nl
  2. [1] Taalunieversum » leidraad » verenkeling van lange klinkers in een open lettergreep
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be