vooruitgang

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·uit·gang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vooruitgang -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vooruitgang m

  1. het proces van technologische en economische groei van een samenleving
    • De jaren vijftig stonden vooral in het teken van de vooruitgang, maar het milieu kwam er bekaaid vanaf. 
  2. een proces van verbeteringen, vorderingen
    • Dat nieuwe sjabloon is een hele vooruitgang, want het spaart een boel typewerk. 
  3. uitgang aan de voorzijde.
Verwante begrippen
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • De vooruitgang is niet te stuiten.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie