Naar inhoud springen

gebeurtenis

Uit WikiWoordenboek
  • ge·beur·te·nis
enkelvoud meervoud
naamwoord gebeurtenis gebeurtenissen
verkleinwoord gebeurtenisje gebeurtenisjes

degebeurtenisv

  1. iets dat zich voordoet
    • Deze gebeurtenis is van historisch belang. 
    • De precieze opeenvolging van de gebeurtenissen vanaf dat moment kon later niemand meer reconstrueren. [4] 
     Ik dacht aan de vele gebeurtenissen van de afgelopen maanden.[5]
     Soorten, fasen of stadia van nihilisme Nietzsches begrip van het nihilisme slaat niet zozeer op een gebeurtenis als wel op een geschiedenis; een lange geschiedenis, die ver teruggaat, en die nog lang zal duren.[6]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[7]