onderkant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·kant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onderkant onderkanten
verkleinwoord onderkantje onderkantjes

Zelfstandig naamwoord

onderkant m

  1. de naar beneden gerichte zijde, de bodem
    • De onderkant was zwart geschilderd. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.


Afrikaans

Voorzetsel

onderkant

  1. beneden, onder
    «Die oewer van die Dooie See is sowat 400 m onderkant seevlak.»
    De oever van de Dode Zee ligt zo'n 400 m beneden de zeespiegel.
enkelvoud meervoud
naamwoord onderkant onderkante

Zelfstandig naamwoord

onderkant

  1. onderkant
    «Die corpus spongiosum lê aan die onderkant
    Het corpus spongiosum ligt aan de onderkant.