viooltje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een driekleurig viooltje.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vi·ool·tje
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord viooltje viooltjes

Zelfstandig naamwoord

viooltje o dim. tant.

  1. (plantkunde) Viola, een plantengeslacht met aardige bloemen
    • Zij heeft een paar viooltjes thuis. 
  2. (muziek) een kleine uitvoering van de gewone viool
    • Mijn dochter speelt voorlopig nog op een driekwart viooltje. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

viooltje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord viool