viooltje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een driekleurig viooltje.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vi·ool·tje
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord viooltje viooltjes

Zelfstandig naamwoord

viooltje o dim. tant.

  1. (plantkunde) Viola, een plantengeslacht met aardige bloemen
    • Zij heeft een paar viooltjes thuis. 
  2. (muziek) een kleine uitvoering van de gewone viool
    • Mijn dochter speelt voorlopig nog op een driekwart viooltje. 
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

viooltje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord viool

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be