Naar inhoud springen

viooltje

Uit WikiWoordenboek
2. Een driekleurig viooltje.
  • vi·ool·tje
[2] enkelvoud meervoud
naamwoord (viool) (violen)
verkleinwoord viooltje viooltjes

hetviooltjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord viool
    • Mijn dochter speelt voorlopig nog op een driekwart viooltje. 
     Het Frysk Orkest heeft het gouden viooltje, dat het 't vorig jaar ontving aan het einde van een spontane actie, welke de inwoners van Friesland voor het behoud van dit orkest hadden gevoerd en dat toen als bestemming kreeg een wisselprijs te zgn voor de beste muzikale prestatie in Friesland, thans toegekend aan prof. dr. J. Jansen te Utrecht.[1]
  2. alleen verkleinwoord (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht Viola op Wikispecies uit de viooltjesfamilie (Violaceae op Wikispecies)
    • Zij heeft een paar viooltjes op haar balkon. 
     Inmiddels staat het zinkviooltje op de rode lijst van planten. Het viooltje is zeldzaam geworden, deels doordat kruisbestuiving met andere soorten optreedt, maar ironisch genoeg ook doordat de zinkvervuiling in de regio is afgenomen.[2]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. Bronlink geraadpleegd op 22 december 2025 Weblink bron “Gouden viooltje van Frysk Orkest voor prof. Jansen” (9 februari 1957) op nrc.nl op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 22 december 2025 Weblink bron
    Laura Wismans
    “Hoe het element zink een vrijstaat deed ontstaan” (2 oktober 2024) op nrc.nl op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be