verwachting

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·wach·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verwachting verwachtingen
verkleinwoord verwachtinkje verwachtinkjes

Zelfstandig naamwoord

verwachting v

  1. datgene wat verwacht wordt
    • De verwachting is uitgekomen. 
    • Voldoen aan verwachtingen is niet altijd makkelijk. 
     De verwachting is dat donderdag voor het eerst de krachtsverhoudingen tussen de klassementsrenners zichtbaar worden. Het is zeven kilometer klimmen naar 1148 meter en er zitten huiveringwekkende stijgingspercentages tussen, van boven de 20 procent.[2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. verwachting op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink Weblink bron Rob Gollin “De helling van de mooie meisjes knijpt de renner de keel dicht” (10 juli 2019), de Volkskrant