verwachting

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·wach·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verwachting verwachtingen
verkleinwoord verwachtinkje verwachtinkjes

Zelfstandig naamwoord

verwachting v

  1. datgene wat verwacht wordt
    • De verwachting is uitgekomen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl