verwachtingspatroon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·wach·tings·pa·troon
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verwachtingspatroon verwachtingspatronen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

verwachtingspatroon o

  1. gedachten over mogelijke toekomstige gebeurtenissen op grond van eerdere ervaringen of gangbare opvattingen
    • Toeval kun je zien als datgene wat afwijkt van het verwachtingspatroon. [1]
  2. (sociologie) opvattingen over gedrag of resultaten die horen bij een bepaalde rol
    • Het verwachtingspatroon dat de samenleving van toezichthouders heeft „begint irrealistische trekken te krijgen”. [2]
  3. (sociologie) ideeën over groepen op basis van geslacht, leeftijd, sociale klasse
    • Mannen hoeven zich niet meer te conformeren aan het verwachtingspatroon van de man als jager, vrouwen niet aan het beeld van de onschuldige jonkvrouw in nood. [3]
  4. (sociologie) veralgemening van één of meerdere eigenschappen die door de maatschappij worden toegekend aan alle leden die tot een bepaalde groep behoren
    • Maar de demonstra[n]ten van het Tahrir-plein beantwoorden niet aan het oriëntalistische verwachtingspatroon. [4]
Synoniemen
Typische woordcombinaties
  • hoog verwachtingspatroon
groot optimisme of grote ambitie

Gangbaarheid

Verwijzingen