verwachten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·wach·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verwachten
verwachtte
verwacht
zwak -t volledig

Werkwoord

verwachten

  1. inergatief ergens van uitgaan, iets als vooronderstelling aannemen
    • Hij verwachtte dat er een taxi voor hem klaar zou staan. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie