vervoeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·voe·ren

Werkwoord

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vervoeren
vervoerde
vervoerd
zwak -d volledig

vervoeren

  1. (overgankelijk) personen of objecten naar een andere plek brengen
    Het toestel kwam uit het Oostenrijkse Innsbruck en vervoerde dertien Nederlanders die letsel hadden opgelopen bij een uitglijder op de skipiste.
  2. (figuurlijk) in emotionele zin meeslepen, overweldigen, buiten zichzelf brengen, uit zijn gewone doen brengen
Vertalingen

Meer informatie