vervoerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·voer·de

Werkwoord

vervoeging van
vervoeren

vervoerde

  1. enkelvoud verleden tijd van vervoeren
    • Ik vervoerde. 
    • Jij vervoerde. 
    • Hij, zij, het vervoerde. 
  2. verbogen vorm van vervoerd, voltooid deelwoord van vervoeren