vervaren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·va·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vervaren
vervaarde
vervaard
zwak -d volledig
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vervaren
vervoer
vervaren
klasse 6 volledig

Werkwoord

vervaren [3] [4]

  1. vrees aanjagen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Voor geen kleintje vervaard zijn
veel durven
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van vervaren: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs)

Werkwoord

vervoeging van: vervaren…
geen verbogen vorm

vervaren

  1. voltooid deelwoord van vervaren [5]

Gangbaarheid

58 % van de Nederlanders;
62 % van de Vlamingen.

Verwijzingen