verblijden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·blij·den
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van blij met het voorvoegsel ver-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verblijden
verblijdde
verblijd
zwak -d volledig

Werkwoord

verblijden

  1. overgankelijk het blij maken van een persoon of meerdere personen
    • Sinterklaas had ons verblijd met mooi cadeaus. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.