vermijden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·mij·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vermijden
vermeed
vermeden
klasse 1 volledig

Werkwoord

vermijden

  1. (overgankelijk) (trachten te) ontwijken
    We moesten onderweg proberen de gladde weggedeelten te vermijden.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.