ontwijken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·wij·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontwijken
ontweek
ontweken
klasse 1 volledig

Werkwoord

ontwijken

  1. ergatief ontsnappen uit een insluiting
    • Er is veel lucht uit de band ontweken. 
  2. overgankelijk trachten contact te vermijden
    • Hij had hem enige tijd weten te ontwijken, maar liep nu tegen de lamp. 
     Ik kon het niet langer uitstellen of ontwijken, deze nacht zou ik eraan moeten geloven.[1]

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be