vermengen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·men·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vermengen
vermengde
vermengd
zwak -d volledig

Werkwoord

vermengen

  1. (overgankelijk) een homogeen geheel doen vormen
    Hij vermengde de wijn met wat water.
  2. (wederkerend) een homogeen geheel gaan vormen
    Het water van deze twee rivieren vermengde zich niet zo snel en er was nog mijlenlang een donkere en een lichte baan zichtbaar.