vereffenen
Uiterlijk
- Geluid: vereffenen (hulp, bestand)
- ver·ef·fe·nen
vereffenen [3]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| vereffenen |
vereffende |
vereffend |
| zwak -d | volledig | |
- het betalen van rekeningen en schulden
- Hij vereffende zijn schulden altijd zo snel als maar mogelijk was.
- oplossen
- Na een goed gesprek hadden zijn hun conflict vereffend.
- Het woord vereffenen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "vereffenen" herkend door:
| 96 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ "vereffenen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ vereffenen op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Voorvoegsel ver- in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 96 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %