vertragen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·tra·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van traag met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -en of afgeleid van tragen met het voorvoegsel ver-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vertragen
vertraagde
vertraagd
zwak -d volledig

Werkwoord

vertragen

  1. overgankelijk langzamer doen worden
    • De hulpverlening werd aanzienlijk vertraagd door de grote schade aan de infrastuctuur. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.