aguantar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • a·guan·tar
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aguantar
aguantaba
aguantado
volledig

Werkwoord

aguantar

  1. (onovergankelijk) het kunnen volhouden, het kunnen uithouden
  2. (overgankelijk) verdragen, volhouden
    «Juan aguanta muchas penas»
    Jan verdraagt veel pijn
  3. ondersteunen, tegenhouden
    «el barrote aguanta el techo»
    de draagbalk ondersteunt het dak
Synoniemen