défendre
Uiterlijk
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| défendre |
défendais |
défendu |
| derde groep | volledig | |
défendre
- overgankelijk verdedigen, verweren
- overgankelijk verbieden, verweren
- overgankelijk (figuurlijk) beschermen
- wederkerend (spreektaal) van zich afbijten, zich verweren
- «Isi se défend bien au volley.»
- Isi knokt echt bij het volleyballen. [2]
- «Isi se défend bien au volley.»