user
Uiterlijk
- user
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | user | users |
| verkleinwoord |
de user m
- (informatica) iemand die een bepaald computerprogramma of een bepaalde webdienst gebruikt
- [1.1] userinterface
- [1.1] username
- Het woord user staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ user op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Weblink bron “'Spam naar klanten via boekhoudprogramma Exact'” (25 september 2017) op nu.nl 
- ↑
Weblink bron “Hirsi Ali ook op internet bestreden” (21 september 2002) op nrc.nl 
ūser
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| user | users |
user
- geattesteerd sinds ca. 1100, van Volkslatijn usare, een afleiding van ūsus, het voltooid deelwoord van het Latijns deponent werkwoord ūtī "gebruiken" [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| user |
usais |
usé |
| eerste groep | volledig | |
user
- door gebruik afslijten; afdragen [1]
- verbruiken
- afspelen
- ↑ user (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Informatica in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Angelsaksisch
- Persoonlijk voornaamwoord in het Angelsaksisch
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 4
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Achtervoegsel -er in het Engels
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Informatica in het Engels
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 4
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Werkwoord in het Frans