Naar inhoud springen

twijfelen

Uit WikiWoordenboek
  • twij·fe·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
twijfelen
twijfelde
getwijfeld
zwak -d volledig

twijfelen

  1. inergatief ~ tussen: op twee gedachten hinken
    • Ze twijfelde tussen de ene jurk en de andere. 
  2. inergatief ~ aan: het vermoeden hebben dat iets niet waar is
    • Er werd aan zijn oprechtheid getwijfeld. 
     Ik weet het bijna zeker, maar om je de waarheid te zeggen begon ik vanmorgen even te twijfelen toen Vincenzo me zijn picture perfect family toonde.[2]
     Ik weet dat hoe harder iemand iets benadrukt, hoe meer je moet twijfelen aan het waarheidsgehalte ervan.[3]
  3. geen keuze kunnen maken
     Waren ze gaan twijfelen? Nee, helemaal niet. Echt niet, verzekerde Karl hem opgelaten. Als hij en Louise het alleen konden beslissen, zouden ze allang getrouwd zijn. Maar dat was helaas niet zo.[4]
  4. geen vertrouwen in iets of iemand hebben
     Ik mag nu niet gaan twijfelen aan mezelf.[2]
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]
  1. twijfelen op website: Etymologiebank.nl
  2. 1 2
    Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  3. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  4. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044628142
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be