twijfel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • twij·fel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord twijfel twijfels
verkleinwoord twijfeltje twijfeltjes

Zelfstandig naamwoord

twijfel m

  1. gevoel van onzekerheid ten aanzien van wat men moet doen, geloven e.d
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
twijfelen

twijfel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van twijfelen
    • Ik twijfel. 
  2. gebiedende wijs van twijfelen
    • Twijfel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van twijfelen
    • Twijfel je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie